• Jens Vydt

Zd-16

Filosofische sneakers

De evidentie waarmee wij dagelijks de aarde, zeg gerust onze realiteit betreden wordt vaak overzien. Het is pas bij een akelige stekel of een eksteroog aan onze hiel dat we ons de fragiliteit van onze eigen voeten beseffen. Onze voetzool is vermoedelijk het contactpunt van ons lichaam dat het meest van de dag geprikkeld wordt – toch is net daarom afgestompt. Dit is een interessante paradox die we graag aan verder onderzoek onderwerpen. Hoeveel eelt zit er, bij uitbreiding, op onze ziel? Wij spraken met schoeiseldeskundige Dr. Tano, die doorbrak met een verbluffend historisch onderzoek over de plaats van het schoeisel in onze persoonlijkheidsbeleving.


Zduma: “Mijnheer Tano, u bent als paleontoloog doorgebroken door uw onderzoek naar de schaats.”


“Dat klopt. Ik onderzocht destijds hoe de homo sapiens in de oertijd, toen het grootste deel van de aarde nog bedekt was met ijs, erin slaagde het gebit van een T-Rex onder zijn schoenen te binden en door deze ingenieuze vondst als eerste de schaats wist te ontwikkelen. U begrijpt wat een enorme voordelen dit opleverde. Qua jacht en mobiliteit valt deze ontdekking nauwelijks te overschatten. Het voortbestaan van onze eigen soort, uiteindelijk dat u dit eigenste moment deze zin leest, is er vermoedelijk aan te danken. Kan u zich dat voorstellen? Aan een simpele schaats!”


Zduma: “En de kaken van een honderd miljoen jaar eerder gestorven T-Rex.”


“Jazeker, door de ontdekking en de kunst van het ijsschaatsen slaagde de homo sapiens er uiteindelijk in de neanderthaler te overvleugelen en kon hij deze, zoals ik in mijn onderzoek vaststelde, via sluiproutes en eens opgejaagd op het gladde ijs uitmoorden”.


Zduma: “Maar het bleek niet waar te zijn?”


“Toch wel. De oermensen beoefenden als eerste het kunstschaatsen, maakten salto’s op het ijs, pirouettes rond ingevroren mammoeten enzo…”


Zduma: “Wij vernamen in voorbereiding van dit artikel dat uw theorie wetenschappelijk weerlegd werd.”


“Akkoord, sommige wetenschappers aanvaardden mijn these over de schaats niet, waardoor ik mij dan maar ben gaan toeleggen op de sneaker. Ik besliste niet langer het uiterste begin van de geschiedenis van de schoen te onderzoeken maar de meest recente actualiteit ervan. Wat ik ontdekte was verbluffend. Schoeisel bleek van onoverschatbare waarde in het voortbestaan van de menselijke soort en cultuur. Zo ook met sneakers. Waardoor ik durf zeggen dat met de sneaker de mens een nieuw tijdperk is ingegaan.”


Zduma: “Bram Tano, van neanderthalers naar Snickers, dat is op zijn minst gesproken een sprong in de tijd.”


“Maar niet in intelligentie!”


Zduma: “Intelligentie? Waarom kiest u dan net voor de Snicker en niet bijvoorbeeld voor Mars of Milky Way?”


“Mars is vooralsnog onbewandeld. Maar ik ben het met u eens dat Mars een ontzettend boeiende casus zal worden: andere zwaartekracht, andere temperatuur, zeg gerust andere bodem…”


Zduma: “Ja een Mars da’s helemaal andere koek.”


“Inderdaad ja, dus ander voetcontact. Zal ook daar de sneaker worden ingezet, of zullen we Mars met ander schoeisel tegemoet treden en andermaal een nieuwe wending kunnen vaststellen in de menselijke ontwikkeling? Interessante vraag! Ik merk u vat meteen de kern en het belang van mijn onderzoek. En dan durf ik zelfs nog niet zo ver te gaan als u, en dromen over of de melkweg ooit met sneaker of naaldhak zal worden bewandeld.”


Zduma: “Sneakers! Nu begrijpen we het!”


“Precies ja, zoals ik al zei, even maar de lens verruimen en je begrijpt meteen waarom dit zo’n interessant onderzoeksobject is. Net zoals de schaats het toestond verschillende soorten binnen de homo sapiens uit te roeien en plaatsen, rivieren en meren met gemak te overbruggen, heeft de sneaker bepaalde vormen van gedrag en verschijnen tegelijk mogelijk gemaakt en uitgeroeid.”


Zduma: “Is het overigens niet ‘Homo Sapiens Sapiens’?”


“Dat klopt. Ik zou daarom, vandaar mijn nieuwe cross-over studie tussen geschiedenis, paleontologie en mode, willen spreken over de ‘Homo Sneaker Sapiens’.”


Zduma: “Prachtig.”


“Later staan de aliens voor onze artefacten –kleerkasten volgestouwd met dure en hippe sneakers– zoals wij voor de schedels van dinosaurussen en construeren daaruit een verleden. Er vallen ongelofelijk veel parallellen te treken. Ziet u, net zoals ik destijds onderzocht hoe de schaats bij de homo sapiens sapiens het mondiale bewegen van onze soort wijzigde, zie je tegenwoordig corresponderende verandering in het reisgedrag van mensen. Door hun schoeisel uiteraard.”


Zduma: “Door hun schoeisel?”


“Kijk, enkele honderden jaren geleden gaven mensen zichzelf een houding: jacquet, wandelstok, hoed, baljurk, korset. Daarbij werden zij door de kledij gedisciplineerd. Het is een misvatting te denken dat wij de kleren dragen. De kledij draagt ons.”


Zduma: “Zoals in het spreekwoord? Hoe dan juist?”


“Neem het voorbeeld van de jacquet of het korset. Deze kledingstukken verlenen een pose die de mensen moesten aanhouden. Reisden zij vroeger vijf uur in een koets, dan nog waren zij deftig.”


Zduma: “Deftig? Door hun kledij die zij dragen?”


“U hoeft tegenwoordig slechts een blik naar al die sneaker dragende, geeuwende toeristen in de terminal te zien om te begrijpen dat er iets veranderd is.”


Zduma: “Maar ligt dit aan de sneaker?”


“En of! De sneaker is het sluitstuk van de postmoderne filosofie.”


Zduma: “De sneaker?”


“Nee, de postmoderne filosofie. Akkoord, Foucault kende uiteraard nog geen sneakers. Maar eens dit filosofische voetstuk ontworpen was kon het postmodernisme zich tot in ieder huishouden en in iedere kleerkast uitdragen. Het is mijn stelling dat door de sneaker postmodernisme geen intellectuele of filosofische stroming bleef, maar een democratische werd.”


Zduma: “Bram Tano, dit blijft allemaal nogal abstract. Kan u dit voor onze lezers iets nauwkeuriger toelichten?”


“Ziet u, de sneaker relativeert. Ieder kledingstuk wordt van zijn oorspronkelijke betekenis ontdaan, als je er maar een witte sneaker onder draagt. Het maakt niet meer uit wat je verder draagt, met sneakers wordt elke slobberige broek mode. Kortom: dit schoeisel zorgt voor een bepaald effect op de betekenis van andere betekenissen. Uiteindelijk van iedere betekenis.”


Zduma: “We spreken hier toch nog steeds over een schoen, juist?”


“De sneaker is het post-ironische sluitstuk in ons verschijnen. We hadden dit uiteraard in een poststructuralistische filosofie kunnen gieten, maar dit betekent niets voor ons denken als niet ook ons lichaam zou volgen. Het is door de sneaker en de praktische effecten die het heeft mogelijk gemaakt, laat me die u dadelijk even schetsen, dat we deze filosofie van het postmodernisme één voor één incorporeerden, uitdroegen – verwerkelijkten.”



FOTO: Een recente restauratie van Raphaël's 'school van Athene' bracht een interessante ontdekking aan het licht. Heeft Diogenes (hangend als een voorbeeldige millennial in transit op de trappen, verveeld scrollend op zijn Ipad, red.) al spijt op citytrip in Athene alweer eens te grote sneakers te hebben gekocht?


Zduma: “Waarom bent u zo zeker dat schoeisel zo’n belangrijke, vergeten functie in de geschiedenis van de filosofie…”


“Correctie, ons denken!”


Zduma: “In de geschiedenis van ons denken inneemt?”


“Dit valt met een eenvoudig gedachte-experiment te begrijpen. Ieder filosoof heeft zijn filosofie uitgedacht, eens geschreven of recenter getypt op schoenen. Het is onbegrijpelijk dat nog nooit één academicus op de gedachte is gekomen in de analyse van hun gedachtengoed de filosofen hun schoeisel te bestuderen. Hadden we geweten dat Descartes witte nikees droeg voor de haard toen hij zijn beroemde ‘Cogito Ergo Sum’ dacht, hadden we hem misschien beter begrepen. Mijn werk is een noodzakelijke, langverwachte rechtzetting van de geschiedenis van het denken.”


Zduma: “Interessant! Zeg ons dan eens, u deed het tenslotte al bij de schaats, hoe doet de sneaker het voor ons denken?”


“De sneaker ontkracht iedere betekenis die we in de laatste zes eeuwen zorgvuldig aan elk kledingstuk toegewezen hebben. Je zou kunnen stellen dat sneakers de betekenis van iedere betekenis uitwissen. Eén advies: wil je niet serieus genomen worden, draag dan sneakers.”


Zduma: “Maar zijn zij niet gewoon comfortabel? En daarom veelgebruikt?”


“Dat is ‘em net! Hierrond draait het allemaal. Herinner wat ik zei over hoe ieder kledingstuk ons disciplineert. Dus óók de sneaker! Het zou een grove misvatting zijn te denken dat de sneaker als eerste schoen in de geschiedenis van de schoenen niét disciplineert en slechts discipline wegneemt. Kortom: slechts comfort schenkt. Dit is de grote valstrik die de sneaker opzet.”


Zduma: “Mijnheer Tano, maakt u het allemaal niet te moeilijk en complex? We spreken hier uiteindelijk over schoenen, niet?”


“Kijk, er bestaan in de wereld intussen meer sneakers dan er boeken over Einstein te vinden zijn. Zelfs als u alle boeken over Einstein én die van Dostojewski bij elkaar optelt, komt u nog steeds niet aan het aantal sneakers. U ziet dat sneakers uiterst complex zijn. Complexer dan het verzameld werk van Dostojewski.”


Zduma: “En wat is dan juist die valstrik van de sneaker?”


“Wel, de sneaker disciplineert anders. Sneakers zijn er niet om ons menselijker, enfin comfortabeler te doen leven, lees erg letterlijk die eeuwenlange discipline te ontspannen of weg te nemen, maar uiteindelijk net om ons beter, fijner en subtieler te disciplineren. Begrijpt u hoe subtiel die sneaker is? Niet de valkstrik waarin we trappen maar waarmee me stappen! Haha! Ik zal u zeggen hoe dat gebeurt.”


Zduma: “Graag! Want na intussen duizend woorden zien wij het nog steeds niet…”


“Het gemak van de sneaker bevleugeld de gebruiker ervan. Die wordt geslagen door een allesrelativerend comfort. Iedereen kent dat gevoel: één keer een paar sneakers dragen en je bent verkocht. Die gebruiker denkt: weg met het korset of het jacquet! Weg met de dure lederen, verfijnde elegantie. Laat de sloefkes maar komen! Tot je enkel nog sneakers gaat dragen. Maakt niet uit onder welke kledij. Bij iedere gelegenheid en op elke dag van de week. Geloof maar niet dat er nog zondagse schoenen bestaan. Er heerst, erg letterlijk, een uniform-iteit. Alles wordt daardoor hetzelfde en is reeds hetzelfde geworden. Zélfs –en dit is de kern van de gedachte– in hun verscheidenheid. Dit is het gravitetisch effect van de sneaker.”


Zduma: “Gravitetisch?”


“In wat lijkt dat schijnbaar discipline wegneemt en comfort schenkt, gaat de sneaker drager zichzelf disciplineren door een bepaald bewustzijn te installeren en uit te dragen: de ontspannen, post-ironische millennial. En dit werkt veel fijner en doortastender dan iedere uiterlijke discipline van een kledingstuk. Diachronaal ontstaat er dus een verschaling, een nivellering.


Zduma: “Excuseer? Diachronaal? Gravitetisch? Verschraling? Bram Tano, bent u zeker zich toch niet met de boeken van Einstein vergist te hebben?”


“Alle verschillen in tijd gaan daardoor op elkaar gelijken. Of nu maandag op het werk, zondag bij je schoonouders of vrijdagavond in de Berghain: steeds dezelfde sneakers. Zelfs de seizoenen lijken op elkaar. Vroeger had je winter- en zomerschoenen. Nu draag je dezelfde sneakers het hele jaar door. In onze ervaring is er slechts één soort tijd als langgerekt heden gaan ontstaan – dezelfde. Mensen hebben geen symbolen meer om hun eigen discontinuïteit te doen verschijnen. Zij worden overal tot dezelfde. U begrijpt het al: door het allesversmachtende comfort van de sneaker. Gevangen in een naamloze relativering weet de sneakerdrager niet meer wat hij zelf wil. Hij ontbreekt een taal om te bevestigen. Immers die heeft hij vervangen door een allesuitwissend comfort. Waarom iedereen toch zo teleurgesteld lijkt terwijl de enige boodschap die we de wereld uitsturen is hoe goed het met ons gaat? Ik zal het u zeggen: door de sneaker is ons de taal ontnomen ons in onze onvrijheid te bevestigen.”


Zduma: “Waar komt dit volgens u vandaag?”


“Dit is een hele fijne schakel. Ik onderzocht destijds hoe de schaats de oermens zijn lichaamshouding deed wijzigen, wat een kanteling in zijn hersenen veroorzaakte, waardoor die nieuw gedrag stelde en vermoedelijk is overgegaan van de jacht naar de neolithische revolutie, zeg maar de eerste nederzettingen. Momenteel onderzoeken we hoe vermoedelijk via de zool van de sneaker onze voetpositie veranderde, dientengevolge ons bekken is gaan uitzetten, wat dan weer onze ruggengraat is gaan uithollen, waardoor onze hersenen zijn gaan kantelen, die dan weer invloed hebben gehad op ons huidig gedrag en handelen.”


Zduma: “Verrassend, al bedoelden wij eerder: wanneer is dit allemaal ontstaan?”


“Moeilijk te zeggen. Op enkele apocriefe schilderijen vinden we al schetsen van de eerste sneakers terug bij een trotse Sultan van Perzië. Onderzoek loopt naar Vans bij de vrijmetselarij. Zelfs Plato scheen enkele keren op witte sneakers te zijn verschenen. We zien echter dat de sneaker, of de droom van de sneaker, voor het eerst op grote schaal opduikt bij de smurfen.”



FOTO: De pas gekroonde Sultan Süleyman, hier tijdens zijn rijlessen, kon ecbter nog niet paardrijden. 'The new balanced Sultan'. Bram Tano ontdekte als eerste een iconografische weergave van een trotse Sultan in sneakers, 16e eeuw.



Zduma: “De smurfen?”


“Het idee één paar witte schoenen te bezitten is daar een hele generatie ingefluisterd.”


Zduma: “Interessant!”


“Oorspronkelijk zou je dus denken dat de sneaker ons een erg economisch model oplegt. Eén paar zou moeten volstaan en onze verschillen afleggen. De smurfen waren uiteraard communisten.”


Zduma: “De Smurfen? Communisten?”


“Is het u nog nooit opgevallen dat één smurf exact één functie heeft? De grote leider draagt een rode muts, je hebt een overzichtelijke gemeenschap, de kapitalistische vijand wil goud maken, enfin… Maar ergens is dit communistisch model verlaten naar een variëteit in kleurkes en lijntjes. U begrijpt waarom.”


Zduma: “Niet echt eigenlijk.”


“Peyo, en wat voor een naam is dat eigenlijk, heeft er nooit over nagedacht het effect van die fijne schakel in de smurfen door te zetten.”


Zduma: “Hé? Hoe bedoelt u juist?”


“Hoe die witte schoenen de smurfen hun voetpositie had moeten veranderen, dientengevolge hun bekken had moeten verzakken, wat dan weer de smurfen hun ruggengraat had doen uithollen, waardoor de smurfen hun hersenen moesten kantelen, dat dan weer invloed had gehad op het gedrag en handelen van de smurfen.”


Zduma: “Nu u het zegt ja…”


“Tja, de smurfen zijn historisch incorrect. Zij hadden op hun witte schoenen het gedrag van de millennial moeten stellen: granola eten, therapeutische alpaca’s aaien, liefdesverdriet in powerbanks uiten. En wat zien we wat er dan gebeurt: hoe meer we ons in die sneakers van elkaar onderscheiden, met hoe meer exemplaren en variaties, hoe meer we op elkaar gelijken. Maar voor die gelijkenis vinden we geen taal, en dat stemt ons droef. De millennial op zijn sneakers, diens voetpositie is gaan veranderen, waardoor zijn bekken is verzakt, wat dan weer…”


Zduma: “Jaja we begrijpen het intussen.”


“… is gaan geloven alles te kunnen worden, alles te kunnen doen, waardoor die niets meer zeker weet. Net omdat we ons onderscheiden, zijn we overal dezelfde geworden. Ook hier is die ‘discontinuïteit’ verdwenen en blijft er slechts één naamloos conflict over dat niets meer kan uitdrukken. We zien bovendien dat ook de topos van de schoenen veranderd zijn.”


Zduma: “Bij de smurfen bedoelt u dan?”


“Algemener, in de geschiedenis van de Homo Sneaker Sapiens. Zeg maar ‘de ruimtelijkheid’. Want niet alleen ons tijdsbeleven is door de sneaker veranderd, we dragen nu dezelfde sneakers op het tuinfeest als in de bergen. In Taiwan of Amsterdam; bij een sollicitatie, achter de vuilkar, bij de bakker, aan een operatietafel, op je eigen trouwfeest of de begrafenis van je grootmoeder. Waardoor onderling verschillende plaatsen, net zoals bij de tijdsrelaties, hun bijzonderheid in verschijnen verliezen. Moment of plaats – alles gaat op elkaar lijken. Is het u nog niet opgevallen dat overal de koffiebars er exact even gezellig uitzien? Een gevolg van de sneaker. U begrijpt: de sneaker maakte de citytrip mogelijk.”


Zduma: “De smurfen op citytrip?”


“Dit had moeten gebeuren ja. Maar u weet intussen wel: geen verzakte knieën, gekantelde bekken of uitgeholde ruggen bij hen. Maar de sneaker veroorzaakte daarmee de vervuiling van de planeet. Zogenaamde ‘vegan’ of ‘groene’ sneakers zijn natuurlijk een postmoderne pleister op een gebrek aan betekenis. Sneakers helen de wonde die ze zelf zijn, da’s de hele paradox.”


Zduma: “Excuseer, Bram Tano, u lijkt beginnen te zweven: het is alsof u sprongen neemt met een gedegen paar Air Maxen. Zonet hadden we het nog over het gebit van een T-Rex, dan onze ruggengraat, scheve historisch incorrecte smurfen en nu gaat het over citytrips. Wij zien deze samenhang niet echt.”


“Net een bewijs hoe doordrongen en uiterst complex deze zaak is! Had ik het niet gezegd?”


Zduma: “Wat juist?”


“Complexer dan Dostojewski! Nee, u ziet het niet hé? Zoals de oermens op zijn schaats zoeft de sneakerdrager door tijd en ruimte. Als een slaapwandelaar, in een wereld die alleen maar de zijne is. Sneakers hebben onze ruimte en tijd genivelleerd. Maar iets, een symbool, dat overal hetzelfde betekent, betekent eigenlijk niets meer en is volstrekt uitgehold – vandaar onze holle ruggengraat. Zo zijn we ons ook gaan voelen sinds wij ze dragen. We zijn verdrietig omdat ons verdriet geen intens verdriet meer is. We zijn treurig omdat onze treurnis geen verpletterende treurnis is. We zijn ontdaan omdat onze gevoelens ontdaan zijn van een zekere allesverplettendheid. Waarom? Wij hebben het comfort omarmt. De sneaker. En zo kunnen we steeds overleven, in dit comfort dat ons langzaam verteert. Het is de sprong over het ijs. Het dreigende, intense, ontzagwekkende is verdwenen. Eens leerde men dansen over deze breekbare afgrondelijke diepte van het water. Kan het symbolischer: op de kaken van een T-Rex. Men temde de draken! Nu leert men vallen zonder diepte, vallen zonder val. Steeds hangt men wel ergens in de touwen. De sprong over het ijs is gemaakt, het dreigende –niet dat van de werkelijkheid waarvoor we eens honderden verschillende schoenen hadden ontworpen om het te kunnen bekampen, maar dat– van onszelf is verdwenen. Alles is oké, gerelativeerd, niet meer van waarde, want gedragen door onze post-hope sneakers.”


Zduma: “U stelt dat sneakers ons gevangenhouden in het comfort dat ze ons schenken?”


“Dat klopt. Een ander onderzoek van mij richt zich op wat men in de psychologie de angstige vermijdende hechtingsstijl noemt. Mensen met zulke hechting voelen zich verstikt door te veel intimiteit en hebben de neiging om zich, zodra verbonden, vaak dan weer terug te trekken uit deze door hen ervaarde beklemmende intimiteit. Ze geven dan aan meer tijd voor zichzelf nodig te hebben enzo, plots een reis naar de cultuur van Zuid-Amerika te willen maken, van die dingen. Wat we vaststellen, sinds we de sneaker dragen, is een ontzettende toename van deze bindingsangst en angstige hechtingsstijlen bij millennials.”


Zduma: “Hoogst interessant. Hoe komt dit?”


“Zoals ik al zei loopt die hele schakel via de zool naar onze voeten naar ons bekken naar onze ruggengraat en schouders tot onze hersenen. Vermoedelijk draagt de sneaker, in wat ik eerder schetste over uniformiteit en één schoen voor alle situaties, u begrijpt het al één continue poeslieve en zachte hechting tot de dingen, bij tot het ontwikkelen van deze typische hechtingsstijl. Er waren nog nooit zoveel singels. U begrijpt het al – er waren nog nooit zoveel sneakers.”


Zduma: “Heel straf. En is dit dan beter?”


“Mijn punt is niet dat we het nu beter of slechter doen. Maar dat schoenen, hier de sneaker, ons leven zijn gaan bepalen en een hechtingsstijl teweegbrengen. Dat was het uiteraard ook voor de oermens en zijn schaats hé. Wat het schaatsen in het menselijk bewustzijn teweeg heeft gebracht is onoverzienbaar. De mens doorkruist discontinuïteiten aan tijd en ruimte, altijd al gedaan, op zijn schaatsen ramde hij de neanderthaler een speer door zijn kop, sinds de oertijd ontstond zo cultuur, dankzij de schoen, en nu maakt de sneaker voor ons millennials het discontinue continu, ontneemt het eeuwenlang zorgvuldig opgebouwde karakter van de dingen, ramt zichzelf een bijl aan relativering door het hoofd en ordent de dingen reeds toe in een betekenis die overal hetzelfde is. Ook dat is cultuur hé. Maar goed: vroeger kon je nog een scheve schaats rijden, of een vreemde, dat is ondertussen ondenkbaar geworden. Verschillen tussen recht en scheef, normaal en vreemd worden vandaag met sneakervoeten getreden. Dat zien we overal.”


Zduma: “Wat wilt u hier nu eigenlijk allemaal mee zeggen?”


“Dat sneakers intussen een wereldwijd filosofisch fenomeen zijn.”


Zduma: “Wat de filosofie of het menselijke denken bepaalde, wordt nu zelf tot filosofisch fenomeen?”


“En dat is niet onschuldig: sneakers worden ook in derdewereldlanden geproduceerd hé. De draaischijf van de globalisering. Gemaakt om te promeneren over La Ramblas, te gaan golfen in Dubai of een ontspannen SUV-rit door Kalmthout mogelijk te maken. Ook daar zie je het gebeuren: de betekenis van de Jeep, een auto om oorspronkelijk door het land te cruisen, is helemaal uitgehold. Een gevolg van de sneaker.”


Zduma: “Gaat dit niet allemaal wat snel?”


“Enorm! Een paar maanden sneakers dragen en je zal nooit nog hetzelfde zijn.”


Zduma: “Wij bedoelen eerder uw analyse. Misschien is de sneaker eerder een gevolg en schakel, geen oorzaak van een fenomeen dat u beschrijft.”


“Kijk eens om je heen: concertpianisten – op sneakers! TV-ankers of weermannen – op sneakers. Bibliothecarissen – op sneakers! Bomma’s in sneakers! Koppels die trouwen – in sneakers! Barack Obama – in sneakers! Zoals vroeger een kruisje om de hals, nu sneakers aan onze voeten. De antichrist die voorspelt was: da’s de sneaker hé.”


Zduma: “U lijkt alsmaar verder te gaan zweven. Wij begrijpen…”


“De sneaker is het doopsel van de moderniteit. Fake news bijvoorbeeld: een uitvinding van sneaker dragende journalisten én politici.”


Zduma: “Excuseer om het onderbreken, maar wat doet de sneaker dan juist? Ons is nog steeds niet duidelijk wat de sneaker hiermee te maken heeft.”


“Dat kan ik snel ophelderen. Uiteraard relativeert de sneaker niet enkel de betekenis van ieder kledingstuk, maar eveneens de betekenis van de drager ervan. Da’s semiotiek hé – Ferdinand de Chaussure ofzoiets. De drager van het symbool ondergaat de betekenisreductie, of wijziging zo je wil, van het symbool. Daarin schuilt de paradox. Mensen dragen sneakers en gaan zichzelf minder serieus nemen. Hun gedrag verandert, hun persoonlijkheid, hun zelfbegrip zodra je op sneakers door het leven loopt. Er begint daarmee een post-ironie op te treden. Bijvoorbeeld, plots, in de geschiedenis van de fotografie, beginnen mensen selfies te nemen…”


Zduma: “Nu komen er ook nog selfies bij kijken?”


“Een uitvinding, beter gezegd, een gevolg van de sneaker.”


Zduma: “Hoe weet u dat zo zeker?”


“Er zijn statistieken die bijhouden dat bijna negentig procent van alle selfies wereldwijd op sneakers genomen worden. Zegt genoeg hé.”


Zduma: “Hoe weet u zo zeker dat dit aan het schoeisel ligt? Er zal wellicht ook aangetoond kunnen worden dat negentig procent van de koppels die uit elkaar gaan in het bezit waren van een vaatwasser. Ligt de relatiebreuk dan aan de vaatwasser? Of aan het feit dat samen de afwas doen verbindend kan werken? Of heeft het niets met de afwas te maken en laat het gewoon zien dat socio-economische omstandigheden ingrijpen op relaties?”


“Interessante suggestie, al vergeet u de beslissende factor: gebeurt de afwas op sneakers in plaats van pantoffels? Dan weet u het wel. En zo is bij sneakers en selfies niet anders. De eerste schaatsende oermensen haalden de dinosaurussen in! Aan die snelheid zijn ze nooit op het idee gekomen om een selfie te nemen. Zo snel scheurden ze over het donkere ijs. Langs bevroren walvissen en verloren gelopen sabeltandtijgers, die eens op het ijs terechtgekomen machteloos voortsukkelden terwijl zij al kunstschaatsend, hup een oermens in een pirouette, werden opgejaagd. Net zozeer heeft nu de sneaker de betekenis ingehaald en alle wrakstukken aan waarheid achtergelaten. De sneaker is een dansend symbool dat alles uitvlakt, de gebruiker geen mogelijkheid meer biedt om als drager vàn het symbool anders te verschijnen, als wandelaar, als danser, als concertpianist, als politicus, als dokter, als minnaar of als afwasser van mijn part. In het begin lijkt dit bevrijdend, tot je vaststelt niets meer te bieden te hebben waarin je je kan uiten – tenzij uiteraard…”


Zduma: “Ja zeg het maar? In selfies?”


“In nieuwe sneakers!”


Zduma: “Dit hadden zelfs de smurfen niet zien aankomen.”


“En zo belandt men met kleerkasten vol nieuwe sneakers, die ons de tijdelijke vervulling moeten schaffen van een nieuwe uitholling.


Zduma: “Maar is dat niet net goed? Zichzelf minder ernstig nemen? Hebben we ons zo niet weten te bevrijden van de lasten van de waarheid, een overdominante, serieuze traditie die het individu geen ruimte liet zichzelf te ontdekken?”


“Maar wat is in de plaats gekomen? Met sneakers in de zetel hangen, stories plaatsen, de leegte omcirkelen, in het gevoel dat nu betekenis niet meer bestaat ze voortdurend te moeten posten, terwijl men zo niet alleen tijdelijk de leegte verbergt van door iets verlaten te zijn, maar zo, en hier wil ik naartoe, het gat enkel dieper graaft.”


Zduma: “En door wat is men dan verlaten?”


“Het symbool. Omdat de sneaker het heeft uitgewist. Nietzsche’s Dolle Mens, die op klaarlichte dag een lantaarn op stak, die kwam op sneakers hé. Hij heeft de horizon uitgewist – daar zijn de discontinuïteiten opnieuw. De enige manier is je lederen schoenen vastnemen, ze oppoetsen en met aktetas en rechte rug door de straten lopen, maar u begrijpt dat ook dit geen oplossing is. Als fossielen steken zij vast in het ijs – de relativerende sneaker drager schaatst hen voorbij met een terminologie die de vastgevrorenen niet meer begrijpen. Er dus eigenlijk – geen weg terug.”


Zduma: “Bram Tano, maar wat is dan uw boodschap, als er toch niets te veranderen valt?”


“Hoe meer we ons in alle soorten sneakers van elkaar onderscheiden, hoe meer we op elkaar gelijken. Misschien volstaat wat bewustwording. Ik heb daarom, omdat zoals ik eerder zei het ons aan deze taal ontbreekt ons te kunnen uiten, en ik deze uiteraard zelf niet kan uitspreken, een bewuste, contemplatieve schoenenlijn op de markt gebracht: de ‘post-hope sneaker’. PHs – met hip logo enzo. Zo kan de sneaker drager meteen alles tonen en uitdrukken wat niet te zeggen valt.”


Zduma: “Bram Tano dit is prachtig.”


“Nee nee: post-hope. Weet u, deze schoen is ontworpen met hulp van de Deense ontdekker-antroposoof-schrijver-wetenschapper-occultist-fysicus-therapeut-historicus-waarzegger-filosoof-handlezer en tevens oude Zduma bekende (zie Zd-3, Zd-8 en Zd-12) Josef Rammenas. Zijn idee is dat we sinds de oertijd al onze energie aflaten via onze voetzoel. Rammenas spreekt over ‘astrale gronding’. Sneakers echter geleiden niet. Vermoedelijk is deze energie, die bovendien nog eens geamplificeerd wordt door de andere kant van onze gevoelige antenne, onze vingertoppen op de touchscreens, en eens opgestapeld in de onrustige, zich vervelende millennial, medeverantwoordelijk voor al zijn ticks, selfies, hoogsensitiviteit en al die speciale diëten.”


Zduma: “Interessant!


“Daarom dat onze ‘post-hope sneaker’ een sneaker zonder zool is maar toch met de buitenkant en het uiterlijk van een echte sneaker. Ha! Een schoen om te bedriegen en stiekem toch energie af te laten. Laat nu net dit de leugen en de ironie zijn die we als millennials zo nodig hebben maar in ons verlangen naar oninvulbare authenticiteit verloren hebben.”


Zduma: “Dankuwel Bram Tano!”


Uit: Zduma, fictief tijdschrift voor literatuur. December 2021

Recente blogposts

Alles weergeven

Zduma verklaart de astro-vegetabilis, een nieuw soort horoscoop.

Hypoglyclemische meeuw uit Oostende kampt met een serotoninetekort.

Chips als onmogelijk verzet. Over Marx, ringelingsliberalisme en het vastzitten in onze eigen vrijheid.

De nieuwste Zduma meteen in jouw mailbox? Geef dan hier jouw e-mailadres op.

Zduma!