• Zduma

Zd-5

  Het weten ontvelt: de irreversibiliteit van de mossel

    Vele dingen zijn geweten, toch het weten dringt maar zelden volledig in de dingen door. In de reeks ‘Het weten ontvelt’ bevraagt Zduma het collectieve geheugen. Voor het eerste artikel van deze serie wijden we ons meteen aan een ambitieus, stoutmoedig onderzoek!


    Januari, April, September of November! Wat deze maanden gemeenschappelijk hebben? Juist! De Mossel. Van mosselen is het namelijk algemeen geweten dat ze te verkrijgen zijn in maanden met een ‘R’. Echter weinig is geweten over waar deze bijzondere semantische verwantschap met het signum R juist vandaan komt. Zduma besloot het collectieve geheugen aan journalistieke precisie te onderwerpen en het de mossel zelf te vragen, om voor eens en altijd uitsluitsel te verkrijgen.

    “Het gebeurt vermoedelijk niet alle dagen, dat mosselen door journalisten benaderd worden?”


    “Dat kan u wel stellen. Het komt niet vaak voor dat tijdschriften ons contacteren. In tijden van salmonella echter vindt men ons wel – typisch mensen. Men beschouwt de mossel hoogstens slechts als een weekdier.”


    “En als wat niet?”


    “Een fijngevoelig, literair organisme.”


    “Vertel!


    “Niet voor niets ontstonden wij weekdieren in het Cambrium. Sindsdien dragen we de letter R nog steeds met ons mee.”


    “Dat begrijpen we niet. Kan u dat voor onze lezers even uitleggen?”


    “Voelt u niet hoe de letter R het hele »Cambrium« eufonisch openbreekt? Neen, u speurt dat niet? Dat komt natuurlijk omdat wij mossels overgevoelig zijn aan de letter R. Hoe die R als een fonetische breekhamer de vocalen openbreekt: Cambrium! Toe, spreek het eens uit! Cambrium. Cambrium. Eerst goedaardige klanken in die ronde a –voortschrijdend naar voltooiing–, een syllabische salto van het a-lichaam die op lenige m-benen solide het zand in ploft. Maar dan treedt een massief naar voren. Een grote bergtop als metrum, de onoverwinnelijke R die het woord scherp, als betrof het een pijnprikkel, in een hoge i naar een contrapunt voert, om het tenslotte traag meanderend door de talmende u terug op diezelfde m-benen te landen. Allemaal door de R! U merkt dat wij mossels uiterst een fijngevoelig taalvermogen hebben.”


    “Ik zie het ja.”


    “Ik wil daarenboven stellen: wij mosselen worden gekenmerkt door een R-hypersensitiviteit!”


    “Jaja, het is duidelijk. We begrijpen het.”


    “R is de prachtigste letter. Zelfs Dostojewski wist dit reeds.”


    “Jullie lezen Dostojewski?”


    “Uiteraard! Mosselen worden daar helemaal wild van. Rodion Romanovitsch Raskolnikov is beslist het lievelingspersonage van vele mossels.”


    “Zelfs alliteraties zijn jullie niet vreemd!”


    “Natuurlijk niet! Mosselen zijn literair erudiet. Uiteraard is er dan nog de Franse literatuur. Mosselen houden van een Franse R. Daarvoor komen we uit het water. Het is net die onevenaarbare R die ons tot die unieke, smaakvolle voltooiing brengt waarvoor jullie mensen ons graag smullen.”


    “Interessant.”


    “Wist u dat vroeger, een paar eeuwen geleden, Franse vissers mosselen vingen met hulp van Franse juffrouwen? Met hun smalle enkels in het water droegen zij gedichten voor. Dat waren nog eens tijden. De omgekeerde sirenen. Met de industrialisering is alles anders geworden…”


    “Uiteraard.”


    “Vergelijk maar eens een oester uit Normandië met één uit Nederland. U proeft meteen het verschil: de Franse R uiteraard.”


    “Vanzelfsprekend.”


    “Een Hollands of Kempisch accent vinden wij dan ook verschrikkelijk. Er bestaat voor een mossel geen ergere dood dan in Turnhoutse of Herentalse kookpotten.”


    “Het valt mij op dat u in elke zin van dit interview minstens één keer de letter R vermeld.”

    “Correct. Mossels kunnen geen uitdrukking vormen of een leesteken sluiten zonder één keer de R vermeld te hebben. De letter Z of Q daarentegen vermijden wij. Morfologisch staat onze schelp deze uitspraak niet toe. Dat heeft u nog niet opgemerkt?”


    “Z of Q? U bedoelt of u deze letters tot hiertoe gebruikt heeft? Want zonet nog sprak u ze uit, namelijk om uit te leggen dat u geen Z of Q…”


    “Ieder levend schepsel kamt met zijn eigen paradoxen… De Z of Q gebruiken we niet. Gaat u dit interview er maar op na. Geen één keer zal u mij daarop betrappen. En weet u hoe dat komt?”


    “Geen idee.”


    “Omdat in maanden met Z of Q er geen mosselen te verkrijgen zijn.”


    “Nu ik er over nadenk! Ik heb nog nooit in een maand met een Z of Q mosselen gegeten.”


    “Merkt u in welke mate wij mossels onderschat worden! U kan er prat op gaan ons nooit de letter Z of Q te horen gebruiken.”


    “Maar nu gebruikt u…”


    “Het alfabet der weekdieren kent namelijk slechts 24 leestekens. Maar denkt u dat linguïsten ons al eens aan een semantische studie hebben onderworpen?”


    “Geen idee.”


    “Ik garandeer u: bijna nooit komt men een duiker tegen met literaire belangstelling. Laat staan iemand als u die ons tijdens het duiken interviewt.”


    “Dank u!”


    “De meeste mosselen halen ontgoocheld hun schelp op.


Hun schelp?


Uiteraard, schouders hebben we niet.”


    “Goed gezien!”


    “De meeste duikers hebben niet eens van het Cambrium gehoord! En op sms-taal of r&b-nummers reageren we al helemaal niet meer. De vissers hebben geen stijl meer. Waar was de tijd van de Franse juffrouwen…”


    “Toegegeven, ik wist zelfs niet eens dat mosselen konden spreken.”


    “Tot voor vandaag heeft u nog nooit met mosselen gesproken?”


    “Neen.”


    “Maar hoe kan u het dan anders weten of mosselen niet spreken!”


    “Sta mij toe het volgende te vragen, want ik ben nogal nieuwsgierig. Wat doen jullie eigenlijk wanneer jullie in mei of juni, kortom een maand zonder R, een zin willen uitspreken?”


    “Rhmr. Mosselen zijn een ruim begrip. Zelfs als men alle letters R uit alle bibliotheken ter wereld optelt, komt u nog steeds niet aan het aantal mosselen ter wereld.”


    “Waarmee u bedoelt?”


    “U heeft al eens alle mosselen ter wereld geteld?”


    “Neen.”


    “Onderschat ons niet!”


    “Maar evenmin heb ik ooit aantal tekens R uit alle bibliotheken…”


    “U merkt: mosselen hebben interessante gedachtegangen.”


    “Zijn er nog zo’n interessante dingen die onze lezers niet weten?”


    “Dat het bovendien erg praktisch is de letter R lief te hebben. Want aangezien noch in ‘ei’- noch in ‘semencellen’ een R voorkomt…”


    “Semencellen? U bedoelt ei- en zaadcellen?”


    “Ja, aangezien daarin géén R voorkomt hebben wij besloten tweeslachtig te leven en ons van die bevreemdende, R-lose coïtus niets aan te trekken.”


    “Hoogst eigenzinnig! Tot slot, is er iets dat onze lezers kunnen doen nu zij voor eens en altijd jullie voorliefde voor de letter R kennen. Is er iets dat u hen wil meegeven?”


    “Uiteraard willen mossels niets liever dan heel de dag Dostojewski voordragen. Een mosselbank is het maritieme equivalent van een boekenclub. Het nobelste is dan ook ons helemaal niet te consumeren. Eens gevangen en verwijderd van mosselbanken is er voor ons geen weg terug. Het lijden van de mossel is irreversibel…”


    “Hoe triest.”


    “Maar te verlichten!”


    “Te verlichten?”


    “Ga voor een nobele daad dus gewoon naar de visafdeling in de naburige supermarkt, sla een willekeurige pagina uit Dostojewski open en dien vervolgens aan een paar kilo mosselen de laatste sacramenten toe. Ik garandeer u, mosselen hebben niet alleen een uiterst gevoelig, maar eveneens hoogst dankbaar karakter!”


Uit: Zduma. Fictief tijdschrift voor literatuur. Maart 2020.

Recente blogposts

Alles weergeven

Zd-13

Na Fake News is hier Fake History - een hedendaagse vorm van geschiedschrijving.

Zd-12

Hypoglyclemische meeuw uit Oostende kampt met een serotoninetekort.

Zdumi ·4

“Hoeveel engelen kunnen dansen op een naald?” Zduma ging op zoek naar de essentie van Zduma.

De nieuwste Zduma meteen in jouw mailbox? Geef dan hier jouw e-mailadres op.

©2020 Zduma